Thema SNK
 



Thema 2

SNK

APPELS, BRIEVEN EN PROTESTEN 1991

Brief aan de ministerpresident Ruud Lubbers, de minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek, de voorzitter van de Tweede Kamer Wim Deetman, ANP, 8-05-1991. "Met afschuw die verbonden is met ongerustheid en grote bezorgdheid voor bloedvergieting, protesteren wij tegen de ontwikkelingen in Joegoslavië die worden gestuurd door machthebbers in Belgrado verzameld rondom de politiek van Milosevic, Jovic en de kommunistische-bolsjewistische generalen Kadijevic en Adzic, gebaseerd op totalitarisme en extreem grootservisch nationalisme. Demokratische ontwikkelingen in de joegoslavische republieken, in het bijzonder in Kroatië en Slovenië, lopen gevaar en zullen alleen gered kunnen worden met vele slachtoffers als deze machts- en ondemokratische politiek niet wordt stopgezet. Met dit protest en appel willen we onze ongerustheid en zorg uitspreken voor de jonge demokratie in de joegoslavische republieken, in het bijzonder in Kroatië en Slovenië, die streven naar tolerantie in Europa, marktekonomische ontwikkelingen en europese samenwerking. Door de totalitaristische en grootservisch nationalistische politiek zijn mensen en demokratie in gevaar gebracht. Wij verzoeken u met klem om alle politieke en ekonomische middelen te gebruiken om de demokratische regeringen in Kroatië, Slovenië, Bosnië en Herzegowina, Macedonië, Kosovo, te steunen, te beschermen en te verdedigen tegen agressieve handelingen en bloedvergiting door de politiek van Milosevic, Jovic, Kadijevic, Adzic en hun groep, die van uur tot uur steeds afschuwelijker vormen krijgt. ... uw stem kan bloedvergieting voorkomen. Geeft gehoor aan ons appel." (Brief is ondersteund door: Kroatische kulturele vereniging Rotterdam, Kroatische Katholieke Missie Rotterdam.) Brief aan de voorzitter van de Raad van de Europesche Gemeenschap Ruud Lubbers, de voorzitter van de Raad van Ministers van Buitenlandse zaken Hans van den Broek, de vice-voorzitter van de commissie van de Europese Gemeenschap Frans Andriessen, de voorzitter van het Europees Parlament E. Crespau, de voorzitter van de Raad van Ministers van Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa Hans Gen-scher, copie aan Tweede Kamer der Staten Generaal Wim Deetman, Joegoslavische Ambassade B. Bohte, en de media: ANP, GPD, Echo/KRO, NRC, De Volkskrant 1-07-1991. "In machteloosheid en door afschuw gedereven over het federale militaire geweld, dat zich de laatste dagen en uren op het grondgebied van de huidige, in ontbinding zijnde staat Joegoslavië manifesteert, wenden wij ons tot Europa. Wij, ondertekende personen en organisaties, voorstanders van een vreedzame democratische oplossing van het conflict, uiten onze uiterste bezorgdheid over de ontwikkelingen van dit moment. Het democratische proces, ingezet in de republiken Slovenië en Kroatië, nauwelijks ontkiemd bij de regimes van Servië en Montenegro, wordt op een flagrante wijze door de federale Joegoslavische Staf vanuit Belgrado onderdrukt. Op de drempel van de 21e eeuw mag een democratisch Europa, dat gebaseerd is op de eerbiediging van mensenrechten en het zelfbeschikkingsrecht van volkeren en minderheden, niet tolereren dat militair geweld, tegen de uitdrukkelijke wens van demokratisch gekozen regeringen in, een kunstmatige communistische eenheidsstaat Joegoslavië afdwingt. Wij verzoeken U met klem alle mogelijke politieke en economische middelen van de Europese Gemeenschap en het "crisismechanisme" van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa in te zetten om verder bloedvergieten te voorkomen. Bescherming en verdediging van democratie is niet alleen een zaak van de regeringen in Ljubljana en Zagreb, maar gaat de hele Europese gemeenschap aan. Wij vragen Uw aller steun, opdat ook de Republieken op het territorium van het huidige Joegoslavië hun historische ontwikkeling kunnen vervolgen en hun bijdrage kunnen leveren aan een vrij en democratisch Europa." (Brief is ondersteund door: Pax Christi Nederland te Utrecht, Kroatische kulturele vereniging te Rotterdam, Kroatische Democratische Unie te Rotterdam, Kroatische Katholieke Missie te Rotterdam, Sportvereniging Kroatië te Rotterdam, en door tiental Nederlandse en in Nederland woonachtige Kroatische intelectuelen a titre personel.) Oproep aan de minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek door SNK bestuurslid en lid van de CDA Werkgroep Midden- en Oost-Europa dr. Branko Bonjakovi, a titre personel, verschenen in Haagse Courant, september 1991. "De oorlog tegen Kroatië heeft een dusdanige omvang en intensiteit aangenomen dat gesproken moet worden van een ramp van historische dimensies. Er vallen vele slachtoffers, de burgerbevolking lijdt, er worden grote economische en onvervangbare culturele en milieuwaarden vernietigd. Een toenemende stroom vluchtelingen bereikt thans buurlanden Hongarije, Oostenrijk en Italie, en West-Europa. Als Nederlands staatsburger met een jarenlange betrokkenheid bij de politieke ontwikkelingen en mensenrechten in Midden- en Oost-Europa, ben ik ervan overtuigd dat een duurzame en rechtvaardige samenleving in de Balkanlanden slechts mogelijk is op basis van normen en waarden die voor heel Europa gelden. Deze normen en waarden worden thans in Kroatië op de meest brute manier met de voeten getreden. Het beleid van minister van den Broek van buitenlandse zaken, tevens voorzitter van de EG, is helaas weinig geëigend deze toestand te beeindigen. Van den Broek gaat voorbij aan een belangerijke politieke dimensie van de oorlog tegen Kroatië. Er bestaat een wijdverbreid geloof dat wij getuigen zijn van een ordinaire ethnische ruzie en dat Europa zich niet kan permitteren bij deze oorlog betrokken te worden. Dit is het domweg niet waar; het laatste bastion van het aggressieve totalitaire communisme onderneemt op dit ogenblik een massieve militaire interventie tegen een staat die meer dan een jaar geleden de weg van vrijheid en democratie heeft gekozen. Ik denk dat ik niet in herinnering hoef te roepen hoe een andere bekende dictator de Duitse minderheden in buurlanden heeft misbruikt om territoriale uitbreidingen te bewerkstelligen er uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog te ontketenen. Eerst beweerde hij dat zij niet genoeg rechten bezaten, vervolgens organiseerde hij lokale provokaties, begeleid door massieve propaganda om te bewijzen dat de Duitse minderheid bedreigd werd, om tenslotte een veroveringsoorlog en bezetting te laten volgen. De gevolgen voor Europa en de wereld zijn ook minister Van den Broek bekend. Ik neem aan dat de Nederlandse minister niet graag in de geschiedenisboeken wilt ingaan als minister Chamberlain van het jaar 1991! Want het is precies langs de boven geschetste weg dat het ondemokratische communistische regime in Servië misbruik maakt van een deel van de Servische minderheid in Kroatië. Dit regime, volledig ondersteund door een groot deel van het federale Joegoslavische leger, onderneemt thans een veroveringsoorlog in Kroatië. Hierbij kan het steunen op de rijke ervaring bij het onderdrukken van de Albanese minderheid in de eigen Republiek Servië, waar op precies dezelfde manier de 'bedreigde' rechten van Serviërs in Kosovo als aanleiding werden genomen om de Albanezen onder gebruik van geweld fysiek, politiek, cultureel en economisch alle rechten te ontnemen. Waar sprake is van open aggressie, moet onderscheid worden gemaakt tussen aanvaller en slachtoffer. Opgemerkt moet worden dat er een belangrijke Kroatische minderheid is in Servië, meer dan 120.000 mensen, hierbij de Kroaten in Belgrado niet inbegrepen. Geen enkele Kroatische soldaat werd naar Servië gestuurd om kerken of kulturele instituties te beschadigen en te vernietigen. Op Kroatisch grondgebied is vanaf de vrije verkiezingen in april/mei 1990 tot het uitbreken van de massieve militaire interventie nooit geweld gebruikt tegen alle mogelijke vormen van provokatie en geweldpleging. Er is absoluut geen sprake van symmetrie in dit conflict. Wie de ogen wil openen kan volstrekt duidelijk zien wie de aanvaller en wie het slachtoffer is. Er is moreel gezien ook geen excuus voor een besluitloosheid, die zich verschanst achter een formalistische interpretatie van het volkenrecht. Daardoor wordt iedere bescherming ontnomen aan volkeren in federaal georganiseerde staten. Een internationale erkenning van alle Republieken binnen het voormalige Joegoslavië zou Kroatië ook formeel in staat stellen om de bescherming van Verenigde Naties in te roepen - een bescherming die de EG blijkbaar niet in staat is te geven. Joegoslavië is politiek dood en zonder betekenis. Echter vele legerofficieren, in meerderheid Servische communisten, denken dat het niet zo is, en continueren en verhevigen de oorlog. Een internationale erkenning van Kroatië, Slovenië en de andere republieken zal vele officiëren tot de realiteit brengen en ze doen begrijpen dat het geen zin heeft met een oorlog door te gaan voor een verloren zaak. Dit zal vele levens redden en verdere grootscheepse verwoes-tingen in Kroatië en andere bedreigde republieken zoals Bosnië, beperken. Slechts op basis van de erkenning van onschendbaarheid van bestaande republieksgrenzen en een internationale garantie voor de gelijke rechten van alle minderheden in alle republieken van voormalig Joegoslavië kan een duurzame en vreedzame oplossing worden gevonden. Van den Broek staat thans mede namens Nederland voor zware beslissingen. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat de christendemokratische politieke en morele principes de beste basis vormen voor een vreedzame overgang naar een open en pluriforme maatschappij in Midden en Oost-Europa. Laten we hopen dat minister Van den Broek op basis van deze principes het fysiek en psychisch verwoeste Kroatië te hulp schiet voordat het te laat is." Brief aan de leden der Staten Generaal, 8-10-1991. "De situatie in Joegoslavië (en met name in Kroatië) wordt met de dag grimmiger. Een gedwongen huwelijk tussen Servië en Kroatië heeft geen toekomst. Alle pogingen om de oude toestand te herstellen leiden slechts tot uitstel van een werkelijke oplossing en tot meer bloedvergieten en verwoestingen. Het Kroatische volk wenst slechts haar kulturele en politieke identiteit erkend te zien door de Europesche Gemeenschap. De enige weg om een verder afglijden naar een totale katastrofe te voorkomen is een tegemoetkomen aan de wens van het Kroatische volk, uitgesproken in het dit jaar gehouden referendum, om hun zelfbeschikkingsrecht te respecteren. Wij doen bij deze een dringend beroep op u om hiertoe uw invloed aan te wenden." (Brief is ondersteund: a titre personel door vele prominente Nederlanders en vele in Nederland wonende Kroaten.) Appel aan Westerse democratische regeringen, vrouwen en mannen in het vrije Westen, met een copie aan minister president Ruud Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek, 8-11-1991. Wij, bestuursleden en sympathisanten van de Stichting Nederland-Kroatië, wij die slechts onze hoop gevestigd hebben op het menselijk verstand, de menselijke waardigheid, wij die alleen ons vertrouwen stellen in de vreedzame werking van het democratische stelsel, wenden ons tot u. Met verdriet, wanhoop en ontzetting moeten wij constateren dat de Republiek Kroatië en haar bevolking, bestaand uit een verscheidenhied aan nationaliteiten en culturen door een militaire overmacht, geleid door het Joegoslavische Federale leger, bij voorduring wordt aangevallen en momenteel met totale vernietiging wordt bedreigd. In dit tijdperk van Europese eenwording wordt een Europese beschaving onder de ogen van inzoemende geavanceerde media uitgeroeid. Een Europees cultureel erfgoed wordt systematisch verwoest. Burgerdoelen, waaronder zelfs ziekenhuizen in een monumentale stad als het eeuwenoude Dubrovnik worden aangevallen in een niets ontziend offensief. Duizenden onschuldige burgers zijn en worden op dit moment in deze absurde strijd het slachtoffer. Het menselijk verstand vereist dat wij onze stem tegen deze zinloze oorlog verheffen. We richten ons tot Westerse democratische regeringen om deze mensonwaardige strijd, ingezet door het Joegoslavische Federale leger, dat ongecontroleerd door enig democratisch lichaam haar eigen vernietigende weg gaat, met alle tot hun beschikking staande middelen te stoppen. Deze niet officieel verklaarde oorlog heeft reeds duizenden vluchtelingen in buurstaten als Hongarije, Slovenië, Italië opgeleverd en bedreigt ook andere Europese landen. Sinds het Sovjetleger de Hongaarse opstand in 1956 onderdrukte kent geweld en vernietiging zoals nu toegepast op de Republiek Kroatië haar weerga in Europa niet. Wij richten ons tot alle vrouwen en mannen in het vrije Westen, tot allen die oprecht vertrouwen hebben in vrijheid en democratie, om zich uit te spreken tegen de onverschilligheid ten opzichte van de Kroatische bevolking. Wij vragen slechts de wens tot zelfbeschikking op democratische wijze door de bevolking van de Republiek Kroatië uitgesproken te eerbiedigen en haar tegen een evidente agressor te verdedigen. Stop geweld in Kroatië." Brief aan de leden der Staten Generaal, 18-11-1991. "De nood in Kroatië veroorzaakt door de oorlog stijgt met het uur, de vernietiging van een deel van de Europese cultuur nadert. De Stichting Nederland-Kroatië constateert dat veel mensen in Nederland weinig begrijpen van de situatie in Joegoslavië. De halfslachtige opstelling van de E.G. heeft daar mee te maken: men ziet enerzijds het al maar toenemende geweld in Kroatië, terwijl anderzijds de E.G. met onduidelijke verklaringen reageert. De Stichting Nederland-Kroatië vraagt daarom het volgende: - Wijs de agressor aan in het conflict in Joegoslavië, met naam en toenaam. - Spreek een duidelijke veroordeling uit tegen deze partijen en leg doeltreffende sancties op gericht tegen de agressors in het conflict. - Zet het vredesoverleg met daartoe bereidwillige republieken voort en maak duidelijk, op welke manier deze republieken gecompenseerd worden. - Verklaar op welke gronden u wel of niet tot de erkenning van zelfstandige republieken overgaat." Brief aan de PvdA fraktiecommissie Buitenlandse Zaken, M. Baris, 6-12-1991. "Uiteraard zijn we met U van mening dat onderhandelingen de enige werkelijke kans bieden voor de oplossing van de crisis in voormalig Joegoslavië, maar we hopen al evenzeer dat de recente gruwelijke gebeurtenissen in Vukovar en het op hande zijnde offensief tegen de Kroatische bevolking van Osijek, Vinkovci en Zadar zullen bijdragen tot herziening van de standpunten van de Nederlandse politiek: een bemiddelingsrol waarbij men geen onderscheid wenst te maken tussen de agressor en de aangevallene is niet reëel. Over genocide kan onmogelijk onderhandeld worden. Het is inmiddels meer dan duidelijk dat de agressie - alle afspraken ten spijt - niet zal ophouden voordat Servië en het "federale" leger hun doel bereikt hebben: occupatie van het Kroatische en Bosnische grondgebied. In het licht van de ontvolkings-politiek in alle veroverde gebieden is het duidelijk geworden dat deze oorlog niet alleen nog tientallen duizenden doden en gewonden zal veroorzaken, maar een niet meer op te vangen aantal vluchtelingen. Er zijn nu reeds een half miljoen mensen gevlucht en verdreven van huis en haard - en de occupatie gaat onverminderd door. Een incidenteel gerespekteerde staak-het-vuren doet niets af aan de schrijnende situatie waarmee Kroatië door deze agressie gekonfronteerd is. In alle gebombardeerde, tot puin gereduceerde, veroverde en ontvolkte gebieden wonen de Kroaten in meerderheid: Osijek 57%, Vinkovci 75%, Vukovar en Ilok 52%, Dubrovnik 79%, Zadar 80% etc (de gegevens uit de Volkstellingsrapport, Instituut voor Statistiek, Zagreb. 1982). Wanneer men weet - en er zijn genoeg gegevens om het te weten - hoe Servië de nationale minderheden onder haar bewind behandelt (Kosovo, Vojvodina, Sandzak) dan is het duidelijk dat men massaal vlucht uit alle door militair geweld veroverde streken. Ieder uitstel van een internationaal optreden om het geweld daadkrachtig te stoppen, zal de reeds bestaande situatie nog verder verergeren. Wij vrezen dat het instellen van ekonomische sancties onvoldoende invloed zal hebben op Servië en het leger om af te zien van hun aspiraties: het Servisch territorium te vergroten. De onderhandelingen over het stationeren van veiligheidstrupen in VN-verband hebben tot dusver slechts duidelijk gemaakt dat Servië en het leger een internationale erkenning van de nieuwe, met geweld gevestigde grenzen beogen. Een dergelijke beslissing zou desastreuze gevolgen kunnen hebben: voor het Kroatische volk, maar ook als een gevaarlijk precedent. Wij hopen en vertrouwen dat de Nederlandse politiek en de Partij van de Arbeid deze Servische en zg. federale eis zullen weigeren en zullen vasthouden aan eerder ingenomen standpunten dat met gewelddaden veranderde grenzen niet te accepteren zijn."