Thema SNK
 



Thema 5

Branko Salaj

PERSPECTIEVEN VAN DE KROATISCH-NEDERLANDSE BETREKKINGEN

Staat u mij toe u te bedanken voor de uitnodiging waardoor ik zeer vereerd ben. Ik zeg dat niet alleen uit hoffelijkheid. Dergelijke bijeenkomsten van intellectuelen in het buitenland zijn zeer belangrijk om in de landen waarin zij leven de waarheid over Kroatië te laten horen. U hebt de afgelopen paar jaar veel voor Kroatië gedaan. Dat blijkt uit uw jaarverslagen, publikaties en uit de concrete hulpacties die u hebt ondernomen. Gezamenlijk beschikt u over een geweldige ervaring die op verschillende manieren gebruikt kan worden in een samenwer-kingsverband waarbij u als immigrant uw deel van het werk en wij als officiële vertegenwoordiging ons deel van het werk uitvoert. Ter inleiding wil ik me aan de Nederlandse aanwezigen verontschuldigen dat ik, jammer genoeg, nog steeds geen Nederlands spreek. Uit ervaring weet ik dat het kennen van een taal veel meer betekent dan een verrijking van de talenkennis. Het geeft de mogelijkheid een volk beter te leren kennen, het op een heel andere manier aan te voelen dan via de overdracht van ideeën en verhalen door andere mensen. Ik beloof u dat ik deze taal zo snel mogelijk zal leren spreken. Eerst enkele opmerkingen over de uitgangsposities van ons werk in Nederland. Kroatië bestaat, het is hier, niet alleen formeel, qua naam, het is ook steeds meer daadwerkelijk aanwezig, op alle gebieden, inclusief, wat helaas nodig was, ook op het militaire. Kroatië kan niet meer zomaar genegeerd worden, het is iets waar ook de grote staatslieden die zich met Zuidoost-Europa bezighouden, rekening mee moe-ten houden. Ik was in de gelegenheid de vorming van deze staat van nabij mee te maken, iets daartoe bij te dragen, en ik wil u getuigen dat deze staat onder heel moeilijke omstandigheden is ontstaan. Er zijn weinig staten die het zo moeilijk hebben gehad. Vergeet dat nooit! Ik zal niet ver in de geschiedenis terug gaan, ik zal zelfs bijzonder actueel zijn. Ter illustratie wil ik u een heel recent voorbeeld geven van de moeilijkheden waar we mee te maken hebben om u te laten zien dat dit tijdperk nog altijd niet is afgesloten en waaruit blijkt dat wij met verstand en wijsheid moeten opereren. U weet dat er momenteel wordt gesproken over de erkenning door de Europese Unie van Servië-/Montenegro, die zich Federale Republiek Joegoslavië noemen. Daarbij werd vanaf het begin al onder-meer geëist dat nog voordat Europa Servië erkent, de wederzijdse erkenning van Servië/Montenegro en de belangrijkste buurstaat Kroatië gerealiseerd wordt. De vreselijke oorlog op ons territorium is juist ont-staan doordat het JNA agressie heeft gepleegd in Kroatië; in Oost Slavonië en rondom Vukovar was dit bijzonder goed te zien. Het minste wat men van de Internationale gemeenschap zou verwachten, is dat deze zich ervan verzekert dat er geen redenen meer zijn voor een nieuwe oorlog. Wat ons, de kroatische zijde betreft, hebben wij ons ingespannen en spannen we ons nog steeds in voor een wederzijdse erkenning van deze twee staten, zodat de lokale Servische bevolking in Oost Slavonië begrijpt dat Miloevi af-stand heeft gedaan van zijn droom over een Groot Servië, en dat de servische bevolking zich op het soevereine gebied van de Republiek Kroatië bevindt en dat het voor die mensen het beste is om een vriendelijke houding aan te nemen tegenover de vertegenwoordigers van de kroatische overheid en zo snel mogelijk met hen tot een accoord te komen, zodat dit gebied, - de laatste 4,5% van ons gebied dat bezet is, - op vreedzame wijze in onze staat geintegreerd wordt. Het betekent, dat wij in het bijzonder geinteresseerd waren en nog steeds zijn om tot een wederzijdse erkenning te komen. En dan, wat gebeurt er dan? Tijdens het diplomatieke spel dat in de Europese Unie rondom deze kwestie wordt gespeeld, waarbij de vraag wordt gesteld of er voorwaarden gesteld moeten worden, of voor de erkenning door de EU, wel of niet eerst aan Servië de voorwaarde gesteld moet worden dat het Kroatië erkent, komt men met het verhaal dat de onderhandelingen tussen Servië en Kroatië over hun wederzijdse erkenning een heel lang verhaal is - wat juist is maar het volgende is nieuw - en dat de Ser-ven en Kroaten er evenveel schuld aan hebben. En als je dan vraagt: " Wat is dan precies de schuld van de Kroaten, die altijd op hun erkenning aangedrongen hebben, omdat ze er heel duidelijk belang bij hebben erkend te worden?" Als je het zo vraagt: "Waaruit bestaat de schuld van Kroatië?", krijg je als anttwoord dat de Kroaten iets in Dayton ondertekend hebben over Prevlaka en dat ze zich daar niet aan gehouden hebben. Ik moet u zeggen dat dit een zuivere leugen is! In Dayton is iets dergelijks niet ondertekend. De waarheid is dat er gesproken is over de uitwisseling van een deel van Prevlaka voor gebied achter Dubrovnik in het kader van eerdere vredesonderhandelingen over de vrede in Bosnië. Er zijn, zoals u weet, verschillende internationale onderhandelingen, internationale plannen geweest, en er is inderdaad gesproken over de top van Prevlaka, die eventueel voor iets anders geruild zou worden. Maar in Dayton is er een heel uitgebreid accoord tot stand gekomen en ondertekend over de vrede in Bosnië en Hercegovina en daar wordt met geen woord over Prevlaka gerept. Daarom is het heel duidelijk wat Kroatië ondertekend heeft en wat niet. En toch duikt de genoemde versie op, alleen omdat sommige Serven gezegd hebben, en daarbij beweren ze dat iets bestaat, en die bewering is genoeg voor bepaalde buitenlandse kringen. Als het nu alleen een kwestie was van onachtzame omgang van enkele diplomaten met hun bronnen, dan zou ik hier geen bijzondere aandacht aan besteden. Dat hebben wij al zo vaak meegemaakt. Maar, nu komt een beetje het tragikomische vervolg van het verhaal. Twee dagen geleden heeft een groot Nederlands dagblad, "De Telegraaf", een artikel gepubliceerd waarin beweerd werd dat Kroatië de Oost-Slavonië kwestie gebruikt om een uitwisseling van het gebied bij Dubrovnik tot stand te brengen, om Prevlaka voor dit achterland van Dubrovnik te ruilen. Kijkt u nu eens naar dit spel. Van de ene kant wordt er op diplomatiek niveau over gesproken dat wij niet accoord zijn gegaan met de ruil van Prevlaka voor achterland van Dubrovnik, en daarom zal men Servië zonder bijzondere voorwaarden moeten ac-cepteren zoals het is, en van de andere kant wordt ons in een brief uit Praag door middel van beweringen van zogenaamde specialisten die zouden moeten weten waar ze het over hebben, in de schoenen geschoven, dat Kroatië zelfs zo ver gaat tot het aanroeren van de kwestie Oost-Slavonië, en dat alleen maar om de ruil van het achterland van Dubrovnik er door te krijgen! Er worden tegelijkertijd twee totaal tegenovergestelde beweringen geserveerd en geen van beide is juist. Terwijl de waarheid heel eenvoudig is, deze hebben wij verschillende malen naar voren gebracht: wij vragen iets wat op het moment dat de betrekkingen genormaliseerd zijn normaal is, wanneer er gezocht wordt naar een basis voor vrede, namelijk dat de landen uit het betreffende gebied elkaar erkennen en zeggen: "Ondanks alle verschrikkingen die wij beleefd hebben, ondanks de agressie die wij hebben moeten doorstaan, ondanks het grote aantal slachtoffers zullen wij proberen normaal te leven, als buren." Ik zou u nog tientallen voorbeelden kunnen noemen die betrekking hebben op de situatie van nu. Twee, drie dagen geleden bijvoorbeeld, kwam een internationaal persbureau met een bericht na het bezoek van de minister van buitenlandse zaken van Zwitserland, tevens voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, aan Zagreb. In de internationale pers werd geschreven dat zijn ontmoeting met de Kroatische regering niet succesvol was verlopen omdat de Kroaten geen waarnemers op Kroatisch grondgebied toelaten. De waarheid was volstrekt anders. Aan deze organisatie was voorgesteld een delegatie te sturen die de situatie zou bekijken en advies uit zal brengen. Wij zouden de voorstellen van deze delegatie bekijken en een beslissing nemen. Dus de Kroatische regering was hele-maal open in haar optreden. Er was geen sprake van tegenwerking, alles verliep binnen het normale ka-der van diplomatieke activiteiten. Uit deze en andere voorbeelden blijkt dat de westerse media waarvan we eigenlijk objectiviteit verwachten, daar vaak in tekort schiet. Dat alles bevestigt wat door mij eerder is gezegd, namelijk dat wij nog steeds niet in de situatie verkeren waarin we kunnen zeggen: Nu is alles goed geregeld, nu hebben wij een staat, alles is zeker, we zijn een normale democratie, die zich zorgeloos verder kan ontwikkelen. Helaas, de situatie waarin wij nu verkeren is er een van gedeeltelijke staat van beleg, wat niet goed is voor de uitdieping van de democratie, zoals wij dat allemaal zouden wensen. Democratie is als een gevoelige plant, democratie heeft mensen nodig, niet alleen wetten, maar mensen die ervaring hebben en tijd en goede voorwaarden zodat ze zich met hun beste eigenschappen kunnen presenteren. Als dat er niet is, dan ontstaan er gebreken. Ik heb de grote internationale spanningen in ons gebied reeds genoemd en ook het feit dat wij in een toestand van halve oorlog verkeren, en er nog steeds grote spanningen bestaan, bijv. rond Bosnië en Hercegovina. Het onlangs bevrijde gebied (20%) is de facto leeg en dat is natuurlijk geen normale situatie. Het is normaal dat er bij ons onder die omstandigheden dingen gebeuren die kritiek behoeven. We hoeven in onze gedachten of gesprekken met Nederlanders niet iets te beweren wat niet zo is. Ik heb dat als minister van voorlichting ook nooit van iemand gevraagd. We willen alleen dat de wereld onze situatie begrijpt en dat dat wat er gebeurt met objectieve ogen bekeken wordt zodat men ook het goede kan zien. Ik zal een concreet voorbeeld geven. Bij ons, en in het bijzonder in het buitenland is er veel kritiek op de controle van de staat op de media. De achtergrond daarvan is zoals u weet dat tijdens het communisme alles van de staat was of van de maatschappij en nu deze staat de controle over televisie, radio en een aantal kranten 'in handen' heeft, deze controle te groot wordt. Zo werd er ook beweerd dat de televisie onder zware staatscontrole staat, een bewering die in bepaalde opzichten niet zo ver van de waarheid ligt. Een feit is toch dat men op deze televisie programma's heeft, zoals bijvoorbeeld 'TV parlement', die men, eerlijk gezegd, in westerse landen niet zo makkelijk zal vinden, omdat het niet altijd eenvoudig is om de partij die aan de macht is en de oppositie achter dezelfde tafel te krijgen, en het niet altijd gemakkelijk is hen zo ver te krijgen dat ze zich open stellen voor vragen uit het auditorium waarbij ook onaangena-me vragen werden gesteld. Er zijn meer dergelijke programma's, en als er bezwaren zijn tegen enkele zaken, bijvoorbeeld de manier waarop de media functioneren, laten wij dan niet vergeten dat er ook heel positieve, vanuit westers oogpunt heel goede produkten en manieren van berichtgeving zijn. En wij moeten niet vergeten dat het om een probleem gaat, dat veel dieper ligt dan alleen de vraag van regering en oppositie, wie de macht heeft, of deze autoritair, zus of zo is. Heel het systeem, journalisten en degenen die met hen communiceren, zijn mensen die gedurende 50 jaar in een ander systeem gevormd zijn. Ik heb als bijzonder liberale minister van voorlichting ervaren dat de twee generaties journalisten die opgegroeid zijn in het oude regime en-kele uitstekende krachten hebben voortgebracht, maar ook andere, die op een bepaalde manier zichzelf zien als politieke werknemers, voor of tegen het regime, en ze de behoefte hebben verbonden te zijn aan de ene, de tweede of de derde structuur in de maatschappij en dan in dit verband naar steun en legitimiteit zoeken. Dit alles is de gedachte over media in een democratisch maatschappij vreemd. Het gaat daarom niet alleen om een bepaalde politieke druk, maar bijv. om het feit dat mensen in de media geen westerse journalistieke opleiding hebben gevolgd waar ze hadden kunnen leren dat ze bepaalde risico's nemen door te schrijven over dat wat ze voor de waarheid houden, en dat dit goed is, omdat dat hun rol in het leven is. Dergelijke situaties doen zich ook voor in de economie, bij overheidsinstellingen en elders, en dit is eigenlijk het probleem, niet alleen van Kroatië, maar van alle voormalige communistische landen. Het is belangrijk in te zien dat Kroatië grote gebreken heeft, maar ook dat het een land is dat er uit alle macht naar streeft op het goede spoor te komen - het democratische spoor - en ook op dit spoor te blijven; dat het Kroatisch volk rijp genoeg is daar zelf voor te kiezen in democratische verkiezingen en daarbij voorrang zal geven aan een ieder die zich volledig voor het algemene welzijn in zal zetten. Op het Kroatische politieke toneel komt men verschillende groeperingen tegen, en het gaat hier niet om slechts één partij maar om verscheidene politieke partijen. Er komen confrontaties voor, af en toe hele zware, maar het zijn confrontaties die bij democratie horen, die een deel van het leerproces op weg naar de democratie zijn, een leerproces van regels hoe men zich moet gedragen. Wees trots op dit Kroatië, op dit vaderland van u. Streeft u naar een presentatie van de echte situatie zonder onnodige lof en rooskleurige verhalen. Wat de betrekkingen tussen Nederland en Kroatië betreft, moet men de vele aanknopingspunten die de twee landen hebben niet vergeten. De leden van de Stichting, die meer thuis zijn in de geschiedenis dan ik, die kunnen veel meer raakvlakken in onze geschiedenis noemen. Men hoeft geen slaaf te zijn van de geschiedenis, maar men moet deze ook niet negeren. De geschiedenis is een belangrijk deel van de collectieve bagage die volkeren met zich mee dragen, die hen op bepaalde momenten helpt hun partners wat beter te begrijpen. Ik ben er van overtuigd dat men in Nederland de problemen die wij ondervinden in onze strijd om op eigen benen te komen staan herkent; de ervaring uit het verleden met het Habsburgse rijk is hen bekend. Het is een feit dat Nederland en Kroatië vanwege hun geopolitieke ligging onder invloed en onder druk staan van grote mogendheden. Juist de Nederlanders zouden begrip moeten hebben voor deze politieke situatie. Helaas is dat in grote mate nog niet het geval. Ik was bijv. onaangenaam verrast toen ik zag dat Nederland het enige land in de wereld is waar men nog steeds woordenboeken "Joegoslavisch-Nederlands" verkoopt, wat een eigenzinnige innovatie is. Het is interessant dat dit in dit land in 1994 nog steeds werd gedrukt. Op de omslag staat de oude Joegoslavische vlag afgebeeld. Dus dat betekent dat de identiteit van Kroatië zich in dit land nog steeds niet heeft gevestigd als een afzonderlijke identiteit, met haar eigen verleden, heden en cultuur. Voor ons is het zeer belangrijk dat de Nederlandse samenleving in de komende jaren in zal gaan zien wie we zijn. Dat klinkt heel eenvoudig maar het is niet iets wat zomaar zal gebeuren. Er zal aan gewerkt moeten worden, en de ambassade zal het niet alleen kunnen, hierbij hebben we elkaar hulp nodig, waarbij ieder zijn werk doet, in de eigen omgeving, in dezelfde richting. Waarom is Nederland politiek gezien van belang voor ons? Nederland is een op economisch en cultureel gebied zeer ontwikkeld land dat geen territoriale noch strategische pretenties heeft op ons territorium. Dat is een belangrijk uitgangspunt van onze belangstelling voor Nederland. Dat betekent dat wij Nederland als partner willen, ik zou zelfs zeggen, als geprivilegieerde partner in het kader van de EU die namens de kleinere en middelgrote landen spreekt, die binnen de EU vragen aankaart en ze op een manier stelt die ons meer aanslaat, dan het geval is als de 'grote olifanten' rond de tafel beginnen te dansen. Laten we wel wezen, ondanks het feit dat men binnen de EU spreekt over gezamenlijke politiek, veiligheid, defensie, enz., is het een feit dat na 45 jaar werk van en aan de EU, de afzonderlijke belangen, in het bijzonder van de grootmachten, nog steeds nadrukkelijk aanwezig zijn. Nederland is voor ons een potentiële, ik zou zeggen, heel dierbare en mogelijke medespeler. Maar, Nederland is voor ons niet alleen als Europees medespeler interessant, maar vooral als land op zich. Als zoon van een landbouwkundige, die mij nog in mijn jeugd verteld heeft over de zeer vooruitstrevende Nederlandse landbouw, heb ik misschien veel meer dan anderen het idee dat wij hier heel veel kunnen leren. Nederlanders zijn een bijzonder ijverig volk, met een grote werkdiscipline, die voor ons als voorbeeld zouden kunnen dienen bij de organisatie van werk en de wederopbouw van de verwoeste delen van ons land. Het is van belang bepaalde waarden in ons, die langzaam in slaap zijn gesukkeld, weer wakker te maken. Het is een feit dat wij een land zijn met te veel gepensioneerden en te weinig jonge mensen. Het is een feit dat het bij ons een gewoonte is geworden om zo snel mogelijk met pensioen te gaan om ons met andere dingen bezig te kunnen gaan houden. Het is een feit dat wij de toewijding aan werk, die de doorsnee Nederlander, geloof ik, typeert, zijn vergeten. Die serieuze aanpak van werk is iets wat wij over zouden moeten nemen en daar in onze omstandigheden iets mee zouden moeten doen. Het is niet de bedoeling Nederlanders te worden maar een beetje van de Nederlandse geest zou ons heel goed doen. Het gaat niet alleen om het werk, maar om de kijk op het leven in het algemeen en diep geworteld respect voor normen. Ik heb de indruk dat het niet goed is op de Nederlandse wegen te snel te rijden af te wijken van de snelheid van anderen: er bestaat een sociale controle. Als u zich niet volgens bepaalde normen gedraagt, dan wordt u bekeken, de mensen houden er niet van. Bij ons zijn de normen van sociaal gedrag bijna verdwenen. Tijdens het vorige regime heeft zich bij ons van alles ingeworteld. De mens uit de overheid stond boven de wet. De corruptie heeft wortel geschoten in het volk, wat vroeger niet het geval was. Dus er zijn hier vele positieve zaken die men in de Kroatische maatschappij over zou kunnen nemen. Het gaat niet alleen om de betrekkingen tussen twee landen, of wij de ene of de andere conventie zullen ondertekenen, of wij bepaalde technische hulp krijgen. Wanneer u terug zult keren naar uw vaderland - en wij allemaal hopen dat u dat zult wensen en dat wij daar de noodzakelijke voorwaarden voor zullen scheppen - wanneer u dus zult terug gaan, zal niet vooral uw spaargeld, dus geld, maar uw opvattingen het belangrijkste zijn wat u meeneemt. Als u uw ervaring naar Kroatië brengt, dan zult u Kroatië daar een grote dienst mee bewijzen. Staat u mij toe ten slotte nog het volgende te zeggen. Het gaat niet alleen om dat wat Nederland te geven heeft, maar ook dat wat wij te geven hebben. Het is inderdaad zo dat men kritisch kan zijn ten opzichte van Kroatië, maar in Kroatië bestaan ook veel goede dingen die wij de Nederlanders zouden moeten laten zien, wat men ook in geld om zou kunnen zetten. Toerisme is zeker een van die dingen. En weer zullen wij hier ons verstand moeten gebruiken om de rijkdom die onze natuur heeft niet kwijt te raken. In die zin zouden wij op vele manieren met elkaar kunnen samenwerken. Dan denk ik wat ons zeer ten goede zou komen als Nederlanders zouden investeren, ook zouden wij met hen serieus kunnen praten over de ruimtelijke ordening van onze kust. Wij hebben al verschillende contacten lopen met hen wat betreft technische samenwerking op het gebied van havens, verkeer, banken en dergelijke. Maar er zijn ook dingen waar wij ons af en toe niet bewust van zijn. Het feit is dat de Nederlandse landbouw 10 keer zo veel kunstmest gebruikt als de onze. Natuurlijk is hun resultaat beter, maar ik weet niet zeker of de kwaliteit door deze intensieve manier van produceren helemaal vergelijkbaar is met het resultaat dat onze veel eenvoudigere produktie biedt. Misschien zouden wij als interessant voorbeeld kunnen dienen voor ze, misschien zijn ze op een bepaalde manier te ver gegaan met hun productiewijze, en misschien zouden ze langzaam terug moeten keren naar de bronnen. Wij zouden echter verder moeten gaan in de richting die zij ingeslagen zijn, en op die wijze zouden we de gouden middenweg moeten vinden. Er zal nu een discussie volgen. Ik kijk uit naar uw vragen en opmerkingen en een gezamelijk gesprek. Tot slot wil ik de oprechte hoop uitspreken dat wij met name na de opening van de ambassade over een paar maanden samen zullen werken en elkaar zullen ondersteunen.

Branko Salaj is ambassadeur van de Republiek Kroatië in Nederland. De lezing is gehouden op de bijeenkomst van donateurs van de Stichting Nederland-Kroatië, te Zevenbergen op 3 februari 1996.