|
|
|||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
|||||||
Thema SNK |
|
I. De Kroatische taal behoort tot de Zuidslavische tak der Slavische talen. Zich vanaf de 11e eeuw als geschreven taal ontwikkelend, doorweven met levendige Kroatische gesproken volkstaal, begon juist de Kroatische taal als een van de eerste zich als afzonderlijke entiteit van het Slavische continuum af te scheiden.
Karakteristiek voor de groei van de Kroatische taal is nog vanaf de vroege Middeleeuwen de invloed van de Westerse, Latijnse, Mediterrane en Panonisch-Middeneuropese cultuur en beschaving geweest. Maar het belangerijkste van alles is de steeds aanwezige wens van het Kroatische volk geweest, de eigen culturele, politieke, taal- en andere karakteristieken te bewaren.
De taal van het hele Kroatische gebied van de 14e tot de 15e eeuw had verschillende benamingen (Slovinsch, Illyrisch, Kroatisch), met dien verstande dat ook de cakavische, stokavische en kajkavische dialecten tot de Kroatische taal behoorden. Zo is er vanaf eind 16e eeuw - en met name in de 17e, 18e en 19e eeuw - een scala aan grammatica's en woordenboeken in die taal geschreven. Met name in de 17e en 18e eeuw waren alle schrijvers uit de cakavische, stokavische en kajkavische gebieden zich er van bewust dat ze in dezelfdetaal schreven, ondanks de verschillende benamingen. De taal van de Kroatische literatuur in Dubrovnik - die als de meest ontwikkelde gold - werd het voorbeeld voor het gehele Kroatische gebied en dat zou later de belangrijkste reden zijn waarom in het midden van de 19e eeuw de tot dan toe ontwikkelde Kroatische literaire taal, gebaseerd op het stokavisch in het gehele Kroatische gebied zou gaan overheersen, namelijk vanwege het taalgebruik van Dubrovnik in zijn jekavische vorm.
II. De literaire taal van de Serven was tot aan de 19 eeuw een vorm van het Kerkslavisch (Servoslavisch, Russoslavisch) en toen V. S. Karadzic, op aansporen van de Sloveen Jernej Kopitar, het nieuwe stokavische dialect als basis van de nieuwe Servische taal en op grond van de toenmalige Kroatische literaire taal ook de woordenboeken en grammatica's ervan als basis van de nieuwe Servische taal nam, vergemakkelijkte dat de expansionistische neigingen van de jonge Servische staat.
In de loop der tijden is de Kroatische taal in zijn ontwikkeling vaak belet. Dit, was een gevolg van het lot van de staat en het politieke lot van het Kroatische volk: bijna negen eeuwen lang heeft Kroatië deel uitgemaakt van andere landen, terwijl het soms in mindere, soms in meerdere mate zijn autonomie wist te behouden.
In 1918 brak er een uitermate moeilijk tijdperk aan. In de overtuiging dat zij in een verbond met andere Zuid-Slavische volkeren makkelijker hun nationale belangen zouden kunnen behartigen, traden de Kroaten in een gemeenschappelijke staat met hen: Joegoslavië. Maar van de verwachtingen is niets uitgekomen. De Serven hebben vanuit de voordelige positie waarin zij verkeerden (het meest talrijke en meest verspreide volk, hun hoofdstad en de uitbreiding van het staatsapparaat, het leger, de politie en gendarmerie), meteen een dominante rol in kunnen nemen.
In beide Joegoslaviës deed men niet moeilijk over de middelen die werden gekozen en schrok men er niet voor terug de taal geweld aan te doen teneinde te bewijzen dat het Kroatisch en het Servisch één taal waren. Maar, ondanks dit alles, heeft het Kroatische volk zijn taal en de naam ervan behouden. Hoewel de verhouding tussen de Kroatische en Servische literaire taal niet echt analoog is aan andere in de wereld, is het desondanks zo, dat net als cultureel-historisch en functioneel gezien, de Nederlandse taal zich onderscheid van de Duitse, de Noorse van de Deense, de Slovaakse van de Tsjechische en zoals in het democratische Spanje na de val van het fascisme het Gallicisch dat zich van de Spaanse en de Portugesetaal onderscheidt als afzonderlijke taal erkend is, zo is gezien de cultureel-historische traditie van het taalsysteem en overeenkomstig de wens van het Kroatische volk, de Kroatische taal een andere dan de Servische.
Maar in de traditionele (genetische) linguistiek wordt vele talen een status ontkend, simpelweg omdat het het geen talen van afzonderlijke staten is (het Catalaans, Gallicisch, Slovaaks), soms zelfs nog lang nadat de natie-staat opgericht was (het Noors). Maar de moderne sociolinguistiek heeft bevestigd dat hierbij, naast de zuiver taalgenetische, ook de culturele en historische, maatschappelijke en politieke, economische en psychologische factoren en bovenal de wil van de sprekers zelf een belangrijke rol spelen; op grond van een ingewikkeld web criteria onderscheidt elke taal zich als een originele en een onnavolgbare verzameling van kwantitatieve, kwalitatieve en functionele eigenschappen. Talen onderscheiden zich namelijk op verschillende manieren van elkaar.
Vooral het Grootservische bestuur en de diplomatie van het eerste en tweede Joegoslavië stonden op de hybride benaming Servo-Kroatisch (Serbo-kroatisch, serbo-croate, Serbo-Croatian etc.). Maar het Kroatische volk heeft zich steeds verzet tegen een dergelijke benaming en heeft hem nooit geaccepteerd, heeft hem zelfs - ondanks de repressie van het communistische regime - openlijk verworpen in het jaar 1967 in de Declaratie aangaande de benaming en de positie van de Kroatische taal, die toen ondertekend is door alle relevante Kroatische culturele en wetenschappelijke instanties en duizenden Kroatische intellectuelen en culturele medewerkers. Als gevolg van deze aanhoudendheid zijn in het tweede Joegoslavië (1945-1991) toch alle belangrijke federale documenten altijd officieel gepubliceerd in vierversies: in het Sloveens, Kroatisch, Servisch en Macedoons en in het begin werden ze ook zo genoemd.
III. Onbetwistbaar is het feit dat er reeds 13 eeuwen lang sprake is van een Kroatisch volk, dat zijn Christelijke traditie 13 eeuwen oud is, dat de Kroaten bijna 1000 jaar lang gedocumenteerd een schrift en literatuur in hun eigen volkstaal beschikken. Onbetwistbaar is ook dat de Kroaten eeuwen lang in hun drie met elkaar verweven dialectenhebben geschreven (bijna acht eeuwen vóór de Serven, die pas in de 19e eeuw van de Servoslavische taal afzagen en toen begonnen te schrijven in een taal die op folkloristisch stokavische gronden gebaseerd is, terwijl ze twee typisch Kroatische dialecten nooit gebruikt hebben: de cakavisch en kajkavische). De Kroaten hebben hun schrift, literatuur, wetenschap en geestelijkheid in het algemeen gevormd en gecreërd binnen Westerlijk, Latijns Europa en de Serven in de schoot van Oostelijk, Grieks en Slavisch Europa. Ook is niet weerlegbaar dat de Kroatische staatsrechtelijke traditie (die ook het communistische Joegoslavië heeft moeten onderkennen en daar ook rekening mee moest houden) ouder is dan een millennium en dat juist op grond daarvan de Republiek Kroatië van nu ontstaan is als internationaal erkend juridische en politieke entiteit. Dat alles kon geuit worden, en wordt heden nog steeds geuit in de taal waarvan de enige natuurlijke naam Kroatische taal, afgezien van de mate van verwantschap met andere Zuidslavische talen.
Daarom wil Matica Hrvatska door middel van deze memorie opnieuw benadrukken dat alle relevante politieke, wetenschappelijke en culturele internationale instanties de aangehaalde en onbetwistbare feiten in aanmerking moeten nemen, zowel in diplomatieke organen als in Slavistische centra, waarvan het normaal gesproken de taak is afzonderlijke literatuur en herkenbare talen van alle volkeren - dus ook van het Kroatische - te bevorderen en het onvervreemdbare recht van het Kroatische volk en de Kroatische staat te erkennen op een eigen taal en een eigen benaming: een zelfstandige Kroatische taal.
Zagreb, december 1995
|