Thema SNK
 



Thema 8

Radovan Lučić

TAALBELEID EN LEKSIKOGRAPHIE IN SLAVISCHE TALEN NA 1989

Ten eerste wil ik Stichting Nederland-Kroatië bedanken voor uitnodiging. Ik vind het heel fijn dat er onder de leden en sympathisanten van deze stichting interesse bestaat voor taalproblematiek. Daarom ben ik blij om hier te zijn en u te kunnen informeren over het symposium 'Language Policy and Lexicography in Slavic languages after 1989' dat wij van de Leerstoelgroep Slavische Taalkunde van de UvA georganiseerd hebben op 23 en 24 november vorig jaar. Aanvankelijk was het de bedoeling om specialisten uit de Slavistiek, de lexicografie en de sociolinguistiek bijeen te brengen teneinde van gedachten te wisselen over de veranderde status van de nationale standaardtalen in Oost- Centraal- en Zuidoost-Europa. De centrale vraagstelling was de rol van de lexicografie, als indicator, maar ook als instrument van taalpolitiek in de regio. Een thema dat speciale aandacht zou krijgen was de standaardisering van talen in het taalgebied wat het traditioneel het Servo-Kroatisch genoemd wordt, waar gedurende het afgelopen decennium meerdere pogingen zijn ondernomen om nationale talen te definiëren en te standaardiseren. Het eigenlijke idee om het symposium te organiseren kwam van de heer Guido Snel, docent Servische en Kroatische literatuur aan de UvA. De heer Snel bereidt momenteel een proefschrift voor over de literatuur van Centraal- en Oost-Europa. Hij vond dat zo'n conferentie in Nederland nodig was om de Nederlandse wetenschappelijke wereld op de hoogte te brengen van de taalsituatie daar, en daarnaast wilde hij wat meer aandacht vestigen op de zogenaamde “kleine talen” die in vrij slechte positie verkeren aan de Nederlandse universiteiten. Mijn persoonlijke motivatie – ik ben zelf bezig met een uitgebreid Kroatisch-Nederlands woordenboek - was de verandering in de lexicografische benadering van het Kroatisch, het Bosnisch en het Servisch. Aangezien de titel van een woordenboek meestal bestaat uit de namen van de betreffende talen, was, en is nog steeds, het uitgeven van een woordenboek op dit taalgebied verbonden met bepaalde politieke keuzes. De verhouding tussen inhoud en titel van een woordenboek hoort herzien te worden ten gevolge van de veranderde positie van, en de nieuwe relaties tussen de talen in dit gebied. Het symposium werd gehouden aan de Universiteit van Amsterdam, er waren zestien sprekers gepland en de spreektijd was vastgesteld op twintig minuten. De voordrachten en discussie waren in het Engels. De keuze van deskundigen was vrij subjectief: er werden geen advertenties geplaatst in vakbladen, niewsbrieven of op internet. Omdat we niet zeker wisten hoeveel subsidie we zouden ontvangen, kozen we voor een beperkt aantal sprekers. Aangezien het Centraal- Zuid-Slavische taalgebied, traditioneel het Servokroatisch taalgebied genoemd, meer dan voldoende onderwerpen voor een conferentie oplevert, besloten we ons te beperken tot deskundigen die zich met ontwikkelingen in dit gebied bezig houden. Maar we wilden de situatie daar ook vergelijken met de situatie in andere Slavische talen. In overleg met Prof. Veder, hoofd van de Leerstoelgroep Slavische taalkunde, maakten wij een lijst van sprekers die we wilden uitnodigen. Wij zijn er ons van bewust dat onze methode subjectief en beperkend was, en mogelijk hebben we een aantal mensen die veel hadden kunnen bijdragen tot de conferentie links laten liggen. We verstuurden ongeveer veertig uitnodigingen maar ontvingen slechts vijftien toezeggingen. Meer dan de helft van de aangeschrevenen beantwoorden de uitnodiging niet eens. Hieruit kan men opmaken hoe delicaat dit onderwerp nog steeds is. In eerste instantie dacht ik dat sommige Kroatische taalkundigen weigerden omdat zij het Kroatisch liefst op zich en niet in verhouding tot het Servisch willen definiëren (Brozović, Katičić, Ladan). Naderhand bleken zij de uitnodiging niet ontvangen te hebben. Ondanks het betrekkelijk geringe aantal reacties, waren we zeer tevreden over de kwaliteit van de abstracts die men ons deed toekomen. Niettemin speet het ons geen reactie van Bosnische kant ontvangen te hebben. Ik vond het jammer dat er geen deelname was over, of uit, Bosnië, aangezien alleen daar in de vorige eeuw - ik bedoel de twintigste - een soort van echt standaard Servokroatisch gebezigd werd. Wegens de multinationaliteit van de Bosnische bevolking, was het niet mogelijk te kiezen voor een van de bestaande Servokroatische standaardtalen (Kroatisch of Servisch). Op school dienden de kinderen om de beurt een week in het Cyrillisch, en andere in het Latijns schrift te schrijven. Da taal heette officieel "Servo-kroatisch/Kroatoservisch". Tegenwoordig bestaan in Bosnië de drie oficiële standaardtalen naast elkaar, namelijk Kroatisch, Servisch en een derde idioom dat tijdens de laatste oorlog een standaardtaal is geworden: Bošnjački (Bosnisch), de officiële taal van de Bosnische Moslims. Deze situatie verschilt sterk van de situatie in Kroatië en Servië (met Montenegro) die onafhankelijke landen zijn geworden met een eigen officiële taal. Het taalkundige en politieke model van Bosnië maakt de wisselwerking en dynamiek in historisch en synchronisch benadering van taal en politiek zeer evident. Daarom is het zeer spijtig dat we niet meer aandacht konden vestigen op precies deze kwestie. Het eigenlijke symposium was verdeeld over vier dagdelen in twee dagen, en begon met inleidende toespraken van de organisatoren, Guido Snel en Radovan Lučić. Ik zal in kort de sprekers en hun onderwerpen noemen, daar ging eigenlijk om. In het eerste dagdeel onder de naam “Language, politics and language policy”, bij wijze van openingspresentatie, gaf Prof. Raymond Detrez uit Gent een duidelijk overzicht van de relatie tussen taal en nationaliteitsgevoel in het referaat heel passend getitteld: Language and nation: what came first? Prof. Olga Mišeska-Tomić uit Novi Sad had over Servische en Bulgaaarse invloeden op het Macedo-nisch vanuit historisch perspectief. Prof. Ranko Bugarski uit Belgrado plaatste de recente ontwikkelingen binnen het Servo-Kroatische taalgebied in een theoretisch-sociolinguistische context. Dr. Maja Bratanić uit Zagreb gaf - in een presentatie die samen met dr. Branka Tafra was geschreven - een overzicht van de Kroatische lexicografie door de eeuwen heen, met speciale aandacht voor de presentatie van de nieuwste ontwikkelingen in de Kroatische woordenschat. In de tweede dagdeel, getiteld “Language and lexicographic practice”, praatte de heer Vladimir Đukanović uit Belgrado over het probleem van variantenpresentatie geabstraheerd in de “left and right side from the language without a proper name”. De voordracht van Prof. Danko Šipka uit Polen werd namens hem gepresenteerd door Biljana Šljivić-Šimšić, die met een aantal goed gekozen voorbeelden de betekenisuitbreiding in spreektaal wist te illustreren. Prof. Willy Martin van Vrije Universiteit Amsterdam heeft de mogelijkheid van een geintegreerd Nederlands-Afrikaans woordenboek op basis van twee gelijkwaardige databases gepresenteerd. Deze voordracht stond aanvankelijk niet op het programma, maar werd ingelast wegens de behandeling van verwante varianten/talen in één woordenboek. Dr. Wim Honselaar van de Universiteit van Amsterdam heeft een lexicografische typologie van Russische nieuwe woorden en strategieën voor het elektronisch zoeken daarvan voorgesteld. Dhr. René Genis van Universiteit van Amsterdam behandelde tijdens zijn high-tech voordracht de problemen die de presentatie van grammaticale gegevens bij flecterende talen met zich meebrengt - de talen, zoals Slavische, met veel veranderingen van de basisvorm van een woord, dus naamvallen, persoonsvormen enz. - . De tweede dag begon met de sessie “Language variants and practical solutions”. Prof. Biljana Šljivić-Šimšić uit Chicago, die toen voor een trimester aan onze universiteit Servische en Kroatische grammatica doceerde, beschreef in haar presentatie: On my collaboration with Morton Benson on the SerboCroatian-English dictionary: decisions concerning the variants, met een blik op het verleden, de criteria en (politieke) voorwaarden voor de keuze en behandeling van de Kroatische woordenschat in een Servokroatisch-Engels woordenboek (heel mooie, levendig lezing met duidelijke conclusie). Ik heb zelf de nadelen van de gezamenlijke presentatie van het Kroatisch en het Servisch in één tweetalig woordenboek uiteen gezet. Dr. Jelica Novaković-Lopušina uit Belgrado bekeek de behandeling van de Servische en Kroatische woorden-schat in Nederlandse tweetalige woordenboeken. Mw. Maja Draženović-Carrieri, hoofd van de vertaalafdeling van het Tribunaal in Den Haag, ging in haar presentatie in op het beleid van haar instelling en de spanningen en dilemma's van de tolk- en vertaalpraktijk in verband met de taalkwestie en illustreerde het met treffende voorbeelden. Het laatste dagdeel, getiteld “Normalization and codification of standard languages”, begon met een extra lezing van mw. Mira Načeva-Marvan uit Plzeo over lexicografie in Bulgarije, in het bijzonder over de behandeling van leenwoorden. Prof. Dubravko Škiljan uit Zagreb evalueerde het nut, het doel en de rol van zogenaamde “differentiële” Servisch-Kroatische woordenboeken. Prof. Damir Kalogjera uit Zagreb gaf een overzicht en een analyse van de politieke oriëntatie van de eentalige woordenboeken in Kroatië in de vorige eeuw. De voordracht van Prof. Milorad Radovanović uit Novi Sad werd namens hem gepresenteerd door prof. Ranko Bugarski, die uitgebreid een schema van stadia van standaardisatie uiteenzette zowel bij het Servokroatisch als één standaardtaal, als bij het Servisch en Kroatisch apart. Prof. Jioí Marvan, uit Praag ontwikkelde een bijzondere theorie over de middeleeuwse West-Oost Slavische Sprachbund. Zijn presentatie onder de welluidende titel: National languages of post-socialist countries - just means of communication or tools of spiritual revival? diende als een mooi slot van de conferentie. Uit het symposium was duidelijk op te maken dat de nieuwe taalsituatie op Centraal- Zuid-Slavisch taalgebied erkend werd door de voornaamste taalkundigen uit de regio. Kroatisch, Bosnich en Servisch werden als bestaande standaardtalen op geen enkel moment in vraag gesteld. Toch is één vraag onbeantwoord gebleven: het Servokroatisch. Volgens de ene is dat iets wat werkelijk bestaat, volgens de andere is dat slechts een ideologische term uit de geschiedenis. Profesor Bugarski, bijvoorbeeld, beweerde dat hij zijn eigen moedertaal nog steeds zo noemt. Aan de ene kant, kent de standaardtaal niet alleen formele en politieke aspecten, maar zeker ook emotionele en psychologische: de identificatie van de spreker met één bepaald idioom. Er is een gorep mensen die de Joegoslavische gedachte genegen waren en die in de broederschap en eenheid van de Joegoslavische volkeren geloofden: zij noemden hun hele leven lang hun eigen taal het "Servokroatisch". Voor hen is het al moelijk genoeg om hun ideologische opvoeding, om zo te zeggen, op te geven, laat staan de naam van hun moedertaal. Ook de meeste Bosniërs, die in een soort "bufferzone" leefden tussen Servië en Kroatië, noemden generaties lang hun taal het Servokroatisch. Vooral de Bosniërs die gevlucht waren, en die zonder verschillende "taalpressies" verder door het leven gaan, hebben geen behoefte aan verandering van de naam van hun taal. Er zijn ook mensen die, zoals jullie weten, niet zulke prettige herinneringen hebben aan die "Joegoslavische eenheid". Vooral in Kroatië, wegens nare ervaringen in de eerste Joegoslavië en onderdrukte positie in de tweede, hadden meeste mensen een afkeer tegenover deze naam. Veel Serviërs en Bosniërs vonden ook niks hun taal te noemen naar een natie waarbij zij zich niet thuis voelden. Vooral na de laatste oorlog is de benaming “Servokroatisch” ook wegens haar emotionele lading, onacceptabel voor meeste bewoners van de Centraal-Zuid-Slavische gebieden. Aan de andere kant zijn er praktische, linguistische redenen. Kroatisch, Bosnisch en Servisch - met de bijbehorende dialecten - vormen één apart linguistisch systeem. Dit is een feit.Vergelijkbaar met de Engelse talen (Brits, Amerikaans, Australisch…) heeft dit systeem een groot percentage aan gemeenschappelijke woordenschat en een bijna identieke grammatica: dezelfde klanken, werkwoordsvormen, naamvalsuitgangen, zinsbouw, … noem maar op. Om dit feitelijk systeem als een begrip aan te duiden is een term nodig. Buiten de regio is hiervoor al anderhalve eeuw lang de term "Servokroatisch" in gebruik. In de regio zelf was er geen vaststaande benaming voor, hoewel meestal beide talen samen werden genoemd (Srpskohrvatski, srpski i hrvatski, hrvatskosrpski, hrvatski ili srpski). Nog niet zo lang geleden – zo'n vijftien jaar - heeft de taalkundige academicus Dalibor Brozović, oud vice-president van de Republiek Kroatië, de voorkeur gegeven aan de term "Servokroatisch" als het gaat om de internationale linguistische term voor het dialectensysteem in kwestie: hij vond het internationaal bekender en makkelijker uit te spreken dan "Kroatoservisch". Een paar jaar geleden zijn er pogingen gedaan om dit begrip met de naam "Centraal-Zuidslavisch" aan te duiden, maar deze naam is vooralsnog niet ingeburgerd. Wellicht zal de term BCS (Bosnian, Croatian, Serbian) het huidige " Servocroatisch" opvolgen, in de toekomst mogelijk nog met een "M" ertussen voor het Montenegrijns, maar daarover kunnen we slechts gissen. Hoe dan ook, ik geloof dat er met de tijd wel een oplossing zal komen. Om terug te keren naar het symposium en af te sluiten: één conclusie was duidelijk: de invloed van politiek op de taalontwikkeling en lexicografie is een complex fenomeen dat geen eenduidige antwoorden verdraagt, en verdere interdisciplinaire bestudering vergt. Dankzij een genereuze subsidie van Academische Zaken van de UvA wordt er mogelijk een boekpublicatie te verzorgen met de uitgebreide en herziene presentaties op het symposium. Geintereseerden kunnen daarvoor contact opnemen met de stichting.

Drs. Radovan Lučić Geboren te Zagreb, 1963. Projectleider van het Kroatisch-Nederlands woordenboek aan de Universiteit van Amsterdam sinds 1996. In Nederland sinds 1986. Afgestudeerd in de Kroatische taalkunde van de Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam. Beëdigd vertaler en tolk voor het Kroatisch en Nederlands sinds 1994. Al jaren werkzaam in de stichting “Glagol” als lexicograaf, tolk, vertaler en docent Kroatisch. Auteur van verschillende wetenschappelijke publicaties op het gebied van taalpolitiek en lexicografie.