|
|
|||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
|||||||
Thema SNK |
|
Enkele maanden geleden vond in Rotterdam de oecumenische Laurentiusdag plaats. Op weg daarna toe, vlak bij station Blaak, viel mijn oog op een spreuk van Erasmus, in neonletters boven een gebouw geschreven: 'Heel de aarde is je vaderland' Deze spreuk past bij deze op de hele wereld georiënteerde havenstad, die in de mensen die daar komen en wonen vele steden en vaderlanden herbergt.
Mijn contact met Kroatië is 23 jaar geleden in Rotterdam begonnen toen ik in op een zaterdag in het voorjaar van 1978 ter voorbereiding op mijn studie in Zagreb een bezoek bracht aan de Kroatische Missie aldaar. De franciscaan die verantwoordelijk was voor de zielzorg onder de Kroaten in Nederland nodigde me meteen uit voor de dienst van de volgende dag. En of ik maar de eerste lezing uit het boek van Jeremia wilde lezen. Mijn kennis van de kroatische taal stelde toen nog niet veel voor, maar mijn worsteling werd op prijs gesteld. Bij de koffie na de dienst werd me duidelijk gemaakt dat de verbondenheid rondom de kerk van een andere orde is dan de relatie tot de Joegoslavische ambassade. De kerk koestert en steunt de identiteit van de Kroaten in den vreemde en is nauw verbonden met het wel en wee van de Kroatische en Bosnische katholieken; de ambassade controleert en tracht via Joegoslavische clubs greep te krijgen op de in Nederland woonachtige burgers uit Joegoslavië en is beducht voor anti-joegoslavische politieke activiteiten. Dat was de teneur van wat ik toen te horen kreeg.
Deze herinneringen kan ik nu met een gerust hart met u delen. De spanningen die inherent waren aan het nationaliteitencomplex van Joegoslavië zijn weliswaar in de afgelopen vijftien jaar op gruwelijke wijze tot uitbarsting gekomen. Maar ze zijn nu hopelijk goeddeels uitgewoed. De erkenning van de onafhankelijkheid van de republieken markeert het begin van een nieuwe periode in de geschiedenis van de Balkan. Betrekkingen worden gelukkig genormaliseerd. Zo werd aan het Hendrik Kraemer Instituut de afgelopen drie weken een seminar gehouden over de relatie tussen kerk en samenleving in de context van Zuidoost Europa waaraan 11 jonge Kroatische en Servische theologen, mannen en vrouwen, deelnamen. Goed dat bij de opening van dit seminar jonge vertegenwoordigers van de Joegoslavische en Kroatische ambassade het woord voerden en de deelnemers en de organisatoren een hart onder de riem staken.
Onder invloed van de oorlogen is het beeld dat in ons land bestaat over de volkeren van de Balkan nogal negatief. In de beeldvorming voeren onbegrip voor wat daar heeft plaatsgevonden en afkeer van nationalisme de boventoon. De weg naar Europa waar de successiestaten van Joegoslavië naar uitzien is daarom nog lang.
Het thema van deze middag Identiteit, godsdienst en geweld in Europese volkshymnen biedt een originele invalshoek om het zelfverstaan van de Europese volkeren tegen het licht te houden. Ik zal proberen dat aan de hand van de Kroatische hymne, het zeer gekoesterde Lijepa naša, te illustreren. In mijn beschouwing zal ik ook hymnes van Servië en Joegoslavië betrekken.
De tekst van de Kroatische hymne is in 1835 geschreven door Antun Mihanovic (1796-1861) onder de titel 'Horvatska Domovina' (Kroatisch Vaderland). Hij liet zijn zich daarbij in het bijzonder inspireren door de 17e eeuwse schrijver uit Dubrovnik, Ivan Gundulic (1589-1683) die in zijn tijd droomde en schreef over de vrijheid van zijn volk.
Mihanovic werd geboren in 1796 in Zagreb waar hij na het gymnasium filosofie studeerde. Daarna studeerde hij rechten in Wenen. Na zijn studies verbleef hij enige tijd in Zagreb, Venetië en Padua tot hij in de diplomatieke dienst van het Habsburgse Rijk terecht kwam. Na een post in Rijeka te hebben vervuld, werd hij in 1836 de eerste Oostenrijkse consul in Belgrado, een functie die hij later ook in andere oost-europese steden uitoefende. Mihanovic had een grote interesse in de filologie en koesterde zijn moedertaal, het Kroatisch waarover hij in 1815 een brochure publiceerde waarin hij pleitte voor de invoering van de Kroatische taal in het openbare leven in plaats van het Latijn. Dit besluit werd door de Kroatische Sabor pas in 1847 genomen.
Voor de nationale bewegingen in de 19e eeuw was de taal een belangrijk voertuig. De Ilyrische beweging van Ljudevit Gaj, die rond het midden van de 19e eeuw de Kroatische wedergeboorte propageerde, was daarvan een exponent. Gaj heeft een belangrijke rol gespeeld bij de standaardisering van de Kroatische taal. Daarvoor ging hij uit van de overwegend in Bosnië gesproken taalvariant, het štokavski. De keuze voor deze taalvariant betekende een krachtige ondersteuning voor het naar elkaar toegroeien van het Servisch en het Kroatisch en was als zodanig een uitdrukking van het besef van verbondenheid en de wederzijdse afhankelijkheid van de Zuid-Slavische volkeren. Het 56 versregels tellende gedicht 'Kroatisch Vaderland' werd in 1835 door Ljudevit Gaj gepubliceerd in zijn krant Danicza Horvatzka, Slavonzka y Dalmatinzka. De eerste en de laatste 8 versregels vormen de tekst van de Kroatische hymne die in Nederlandse vertaling als volgt luidt:
Ons mooie vaderland,
o dierbaar, heroisch land,
vaderland van oude glorie,
dat je altijd gelukkig mag zijn
Dierbaar, evenveel als glorieus,
dierbaar, jij alleen.
Dierbaar, waar je vlak bent,
dierbaar, waar je bergachtig bent.
Stroom Drava, Sava stroom,
noch jij Donau, neem in je kracht niet af.
Woelige zee, zeg de wereld
dat een Kroaat van zijn thuis houdt
zolang de zon op de akkers schijnt,
zolang de wind door de eiken waait
zolang als het graf de doden bergt
zolang zijn levend hart klopt
De muziek bij deze hymne werd pas rond 1840 geschreven door Josip Runjanin, een Serviër uit Kroatië, geboren in Vinkovci in 1821. Hij schreef de muziek op basis van Donizetti's "O sole piu ratto" van de opera "Lucia di Lammermoor".
In de periode waarin de hymne geschreven is, komt op de Balkan alles in beweging. Uit de opstanden (1804-1815) tegen het Osmaanse Rijk dat de Balkan sinds de 15e eeuw had gedomineerd, was het Servisch Koninkrijk voortgekomen. Het jonge Servië ontwikkelde in de loop van de 19e eeuw plannen om de oude glorie van de middeleeuwen te herstellen en streefde allereerst in zuidelijke richting naar uitbreiding van zijn territorium, een proces wat na de Balkanoorlogen in de 20e eeuw en na de Eerste Wereldoorlog tot een afronding komt.
Ook in het Habsburgse Rijk rommelt het in de 19e eeuw door het ontwakende nationale bewustzijn bij de verschillende bevolkingsgroepen in dit grote rijk. Ook bij Slovenen en Kroaten die in de loop van deze eeuw politieke alternatieven ontwikkelen die overigens zeer variëren. De politieke concepten voor de toekomst variëren van gelijkberechtiging met andere volkeren in het Habsburgse Rijk en autonomie tot volledige onafhankelijkheid, als een nationale staat dan wel in een zuid-slavisch staatsverband. Dit politieke gistingsproces neemt meer dan een halve eeuw in beslag en komt vrij abrupt aan het einde van de Eerste Wereldoorlog tot een afronding als onder de regie van de overwinnaars de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie wordt ontbonden en een nieuwe statenstructuur wordt geformeerd die Slovenië en Kroatië invoegt in het Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen.
In de Kroatische nationale beweging van de 19e eeuw zijn de taal en het ononderbroken Kroatische staatsrecht, dat tot uitdrukking kwam in de Kroatische Sabor (de volksvertegenwoordiging) het belangrijkste. De clerus van de katholieke Kerk in Kroatië speelt met name op het gebied van de taal een belangrijke rol in deze nationale beweging. In het midden van de 19e eeuw wordt de katholieke hiërarchie in Kroatië met de verheffing van het bisdom Zagreb tot aartsbisdom en de vorming van een Kroatisch-Slavoonse kerkprovincie bevrijd uit de Hongaarse kerkelijke dominantie. Het belangrijkste onderscheidende kenmerk in de 19e eeuw in vergelijking met Hongaren en Oostenrijkers is de taal en niet de godsdienst.
In de 20e eeuw echter, als de zuid-slavische volkeren een nieuw staatsverband vormen, wordt godsdienst als onderscheidende identiteitsfactor steeds belangrijker. De twintigste eeuw tot 1991 valt in drie periodes uiteen: het Koninkrijk SHS (1918-1941), de Tweede Wereldoorlog met zijn bezetting, marionettenstaten, collaboratie en verzet (1941-1945) en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië (1945-1991).
Terug naar de hymne. Zoals u hebt kunnen horen bezingt de Kroatische hymne de liefde voor het land dat, al is het maar kort, in verschillende dimensies wordt beschreven: als vaderland met een verleden en een toekomst, vanuit de geografie (bergen, vlaktes, rivieren, zee) en relationeel (een Kroaat houdt van zijn thuis zolang zijn levend hart klopt).
We vinden in deze hymne geen referentie naar de godsdienst en in de korte versie van de nationale hymne is evenmin een spoor van geweld of strijd voor de vrijheid te vinden. Maar in de uitgebreide, oorspronkelijke versie van Kroatisch Vaderland komt de strijd voor vrijheid wel ter sprake en wordt de moed van haar zonen bezongen:
Het is oorlog, broeders, het is oorlog helden
Grijp het geweer, omgord de sabel
Zadel de paarden, kom op voetvolk
De glorie is daar, waar de onzen zijn!
De storm gaat liggen, de mist trekt op,-
De dag breekt aan, het duister wijkt,
Droefheid gaat voorbij, vreugde komt,-
Welkom vrijheid, - de vijand ligt neer!
Wees vrolijk, droeve moeder,
Gevallen zijn jouw trouwe zonen,
Als helden, als Kroaten,
Gaven zij hun bloed voor het vaderland!
Deze strofes over de oorlog maken echter geen deel uit van de Kroatische hymne. Wel vormen ze een indicatie voor het besef bij de Kroaten dat voor vrijheid soms gevochten moet worden. De militaire geschiedenis van Kroatië kan overigens niet uitsluitend vanuit een nationaal kader worden beschreven. De Kroatische legers waren eeuwenlang geintegreerd in de troepen van het Habsburgse Rijk die vanuit Wenen werden aangestuurd. Eeuwenlang liep er dwars over de Balkan een zich steeds verplaatsende frontlijn in de confrontatie tussen het Habsburgse en Osmaanse Rijk. In de Habsburgse gebiedsdelen werden zowel Kroaten als Serviërs regelmatig in het rijksbelang onder de wapenen geroepen. Bovendien werden Kroatische regimenten ook buiten Kroatië voor het rijksbelang ingezet. Onder keizerin Maria Theresia (2e helft 18e eeuw) was een regiment van Kroatische soldaten in Zuidelijk Nederland nabij Breda gelegerd. De Zuidelijke Nederlanden behoorden in die tijd tot hetzelfde Rijk als Kroatië. Een eeuw later in 1848 speelden de Kroatische troepen onder aanvoering van ban Josip Jelacic een belangrijke rol bij het neerslaan van de Hongaarse opstand in ruil voor een grotere vorm van autonomie. Het centrale plein in Zagreb draagt sinds 1991 de naam van ban Jelacic. Op het plein staat de fiere gestalte van ban Jelacic zelf, gezeten te paard, de sabel geheven. 'De blikrichting van het beeld is alleen omgedraaid', zei een Hongaar in 1992 tegen me, 'hij kijkt niet meer richting Budapest, maar richting Belgrado'.
De hymne van Kroatië geeft ons - in zijn officiële, korte versie - dus vooralsnog nauwelijks aanknopingspunten om iets te zeggen over het thema identiteit, godsdienst en geweld en de relatie daartussen. De hymne zegt alleen uit dat Kroaten veel van hun land en volk houden en het geluk toewensen.
Wat het onderwerp van deze middag betreft had ik me misschien beter kunnen concentreren op Servische volkshymnes en patriottische liederen waarin zowel de strijd tegen de Osmaanse onderdrukking, de relatie tot God en de nationale religieuze traditie veel directer aan de orde komen.
Interessant bijvoorbeeld is de hymne van het Koninkrijk Servië. De tekst werd geschreven in 1872 door Jovan Djordjevic ter ere van de nieuwe vorst Milan Obrenovic. De titel van de hymne is veelzeggend: God van gerechtigheid. De eerste, tweede, zesde en de laatste strofe gaan in vertaling als volgt:
God van gerechtigheid, jij die ons
tot nu toe van de ondergang redde
Luister ook nu naar onze stemmen
en wees ook nu onze redding!
Leid met machtige hand, verdedig
het schip van de Servische toekomst
God red, God voed
de Servische koning, het Servisch geslacht!
(...)
Als er dagen van strijd komen,
leid hem naar de overwinning
God red, God voed
de Servische koning, het Servische geslacht!
(...)
Verdedig het Servisch koninkrijk,
vrucht van vijf eeuwen strijd,
God, voed de Servische koning,
zo bidt je het Servische geslacht.
In deze hymne wordt een hechte band geconstrueerd tussen God, de Servische dynastie, en het Servische volk dat na een periode van eeuwenlange onderdrukking zijn vrijheid heeft hervonden. Deze hymne is mijns inziens een adequate uitdrukking van het zelfverstaan zoals dat in de Orthodoxe Kerk van Servië gekoesterd wordt. Maar tegelijkertijd is het een feit dat de Servische staat van de 19e eeuw een seculiere staat was die zich in haar organisatie oriënteerde op Westerse voorbeelden. In de 20e eeuw gaat de Servische staat op in een groter multinationaal verband en dat komt in de nieuwe hymnen tot uiting.
De hymne van het eerste Joegoslavië is een combinatie van de nationale hymnen van de drie volkeren (Serviërs, Kroaten en Slovenen), afgewisseld door een refrein. De drie strofen, waaronder vier versregels uit Lijepa naša mogen verstaan worden als een uitdrukking van de nationale identiteiten. In het terugkerend refrein (3x) bidt het volk God zingend toe om redding en voedsel voor koning Petar. Het refrein van de hymne is een variatie op een strofe uit de Servische hymne en luidde aldus:
Red God, voed God
onze koning en ons volk
Voed koning Petar, God,
bidt tot jou ons hele volk
In deze hymne is dus geprobeerd het evenwicht te bewaren tussen de individualiteit van de volkeren en de gezamenlijkheid in de toewending naar God en de dynastie. In de praktijk van de eerste Joegoslavische staat functioneerde dat echter helemaal niet. De nationale spanningen liepen uit de hand, de staat ontaardde in dictatuur. De Tweede Wereldoorlog was in Joegoslavië een ware gesel.
Na de Tweede Wereldoorlog, toen de communistische partij van Josip Broz Tito de basis legde voor een federatieve staat op socialistische grondslag moest deze zeer religieuze en monarchistisch gezinde hymne wijken. Joegoslavië werd een republiek waar voor de koning geen plaats meer was en waar de godsdiensten aan de leiband werden gelegd. De hymne van het socialistische Joegoslavië, waarvan de tekst dateert uit de 19e eeuw en geschreven is door de Slowaak Samuel Tomašik (1813-1887), appelleert aan eeuwenoude Slavische gevoelens van saamhorigheid. Een verwijzing naar God vinden we in deze hymne niet wel veel vastberadenheid:
Hé Slavenen
Hé Slavenen,
de geest van onze voorvaderen leeft
zolang het hart van hun zonen
klopt voor het volk.
Leef, leef Slavische geest
die eeuwen leven zal.
De afgrond van de hel dreigt tevergeefs
vergeefs ook het vuur van de donder.
Laat nu boven ons de
storm maar alles meenemen,
stenen scheuren, kloven openrijten
Laat de aarde maar beven.
Wij staan ferm als een rots
Vervloekt is de verrader van
zijn vaderland!
De hymne van het socialistische Joegoslavië klinkt in mijn oren onheilspellend. De hymne zit vol tegenstellingen. De Slavische geest van verbondenheid staat tegenover allerhande dreigingen die in apocalyptische termen worden beschreven. Eensgezindheid (ferm als een rots) staat tegenover het verraad van het vaderland.
In de laatste woorden 'Vervloekt is de verrader van zijn vaderland' zit veel onverzoendheid die Joegoslavië in haar geschiedenis nooit te boven gekomen is. Na de Tweede Wereldoorlog werd hard afgerekend met verraders en allerhande vijanden van het regime en voortdurend zijn de Joegoslavische machthebbers beducht geweest voor de ondermijning van de staat van binnenuit of van buitenaf.
De boodschap in zowel de oude Servische als de Kroatische hymne is in vergelijking daarmee hoopvoller. In de Servische hymne wordt in God toevlucht en bescherming gevonden voor de toekomst. En de Kroatische hymne brengt zoals gezegd de liefde van de Kroaten voor hun land tot uitdrukking en de hoop dat het altijd gelukkig mag zijn.
Zoals Rotterdam vele steden is, herbergde Joegoslavië meerdere vaderlanden. De hymne van de federatie was Hej Slaveni, terwijl het Lijepa naša het officiële volkslied van de republiek Kroatië bleef zoals ook in de grondwet van 1974 van de republiek Kroatië in artikel 8 bevestigd wordt. Bij officiële gelegenheden werden beide liederen gezongen en al naar gelang de omstandigheden en de tijd het ene met meer enthousiasme dan het andere. Toen Kroatië in 1991 onafhankelijk werd, was de keuze van een geschikte en breed aanvaarde nationale hymne geen probleem. De hymne had zich vanaf haar ontstaan in een lange historische periode allang bewezen.
Ter afsluiting moet ik vaststellen dat de tekst van het Lijepa naša, die een seculiere tekst is, geen echte aanknopingspunten biedt voor een reflectie over de relatie tussen identiteit, godsdienst en geweld in Kroatië. Om daar meer zicht op te krijgen zouden we dieper moeten graven in het kerkelijk spreken over het vaderland waarmee de Katholieke Kerk in Kroatië en de katholieken in en buiten dit land zich intens verbonden weten, even sterk als dat bij de Servische Orthodoxe Kerk het geval is. Maar dat gaat het bestek van het thema Identiteit, godsdienst en geweld in Europese volkshymnen ver te buiten.
|